19 – vrijwillig – ik ben

Geplaatst door Dineke van Kooten op 10 oktober 2012 in 02 Ziek zijn

Vrijwilligerswerk

Binnen mijn beperkingen en met mijn mogelijkheden (computer op mijn bed, telefoon bij de hand en tijd zat) werd ik al snel voor vrijwilligerswerk gevraagd. Mark zat in het bestuur van de lagere school en in de kerkenraad. Mij werd gevraagd mijn kennis in te zetten voor de geldwerving van de restauratie van de oude kerk in onze woonplaats. De vergaderingen en overleggen met derden vonden bij mij thuis plaats. Tijdens de vergadering deden de aanwezigen hand- en spandiensten, zodat ik goed kon blijven liggen. Iedereen die in ons huis kwam, leerde al snel de weg in onze keuken kennen.

Deze activiteit werd gevolgd door het maken van een website voor onze wijkgemeente (een van de eerste in Nederland). Later hield ik wel eens een lezing over deze materie om zo anderen van mijn opgedane kennis te laten meegenieten. Ik maakte op verzoek de schoolgids voor de lager school en een gemeentegids voor onze kerkelijke gemeente.

Mensen om mij heen dachten dat ik er plezier aan beleefde en voldoening uit haalde. Over het algemeen was dat niet zo. Het voelde ten diepste voor mij alsof ik blij moest zijn met een dode mus. Ik had de indruk dat ik lachte als een boer die kiespijn had, wanneer mensen mijn niet verpieteren achter de geraniums bejubelden. Ik voelde me niet echt uitgedaagd. Ik vond dat het meer iets over hen zei, dan over mijzelf. Bij Thomas, mijn psycholoog, kon ik zeggen dat het mij af en toe aanvloog, omdat ik het niet eerlijk vond. Ik kon veel meer. Ik had – als het ware – een prachtige, luxe wasmachine in huis, maar ik kon – omdat er geen energie was – hem alleen maar met de hand aanzwengelen. Als ik terugkijk op deze jaren dan zijn er twee dingen die voor mij echt, belangrijk waren:

-       mijn gevecht voor mijn dochter om haar plek te krijgen op de lagere en middelbare school en

-       mijn eigen psychologische en spirituele worsteling om te worden wie ik ben.

Sommige mensen zeiden dat ik het er eigenlijk wel goed had afgebracht. Ik ontdekte dat ze me daardoor soms op een voetstuk plaatsten, maar dat dat me alleen maar eenzamer maakte.

 

Ik ben

Worden wie ik ben, had ik geleerd van Henri Nouwen. Zijn boeken las ik allemaal.

Worden wie je bent. Dat lijkt een tegenstelling. Maar ik ga er – net als Nouwen – vanuit dat God mij goed gemaakt heeft. Dat ik Zijn geliefde kind ben en dat Hij een plan met mijn leven heeft. Dat hij me precies die eigenschappen heeft gegeven, die nodig zijn voor Gods droom met mijn leven. Alleen – zo leerde Henri Nouwen mij – hebben wij een bouwwerk van angst, opgelegde leefpatronen, sociale verwachtingen en zelfonderschatting over ons zelf heen gebouwd om de pijn van afwijzing niet te hoeven ervaren en te voelen. We willen van anderen horen: “Fijn dat je er bent! Je mag er zijn!” Als we dat niet horen, dan ervaren we dat als afwijzing. Maar door dit bouwsel – om afwijzingen te voorkomen – leven we niet echt, maar zeer gespannen. Stemmen in het moderne leven roepen ons dagelijks en onophoudelijk toe: “Je voldoet niet aan de eisen, je bent lelijk, je bent waardeloos, je stelt niets voor, je bent volstrekt overbodig, tenzij je kunt bewijzen dat het niet zo is.” “Deze stemmen klinken zo luid en zo aanhoudend”, zegt Nouwen, “dat je ze onwillekeurig gelijk geeft en in de val loopt; de val van de zelfafwijzing”. Hij schrijft in zijn boekje ‘Een parel in Gods ogen; gedachten over de betekenis van een mensenleven’:

 

Door de jaren heen ben ik me gaan realiseren dat het grootste gevaar voor ons leven niet is gelegen in succes, populariteit of macht, maar in het afwijzen van ons zelf. (…) Het was alsof ik stelselmatig weigerde te luisteren naar de stem die uit het diepste van mijn wezen tot mij spreekt: “Gij zijt mijn geliefde; in U heb Ik mijn welbehagen.” Die stem is er altijd geweest, maar kennelijk luisterde ik liever naar die andere, veel luidere stem, die tot mij spreekt: “Je moet eerst bewijzen dat je iets voorstelt. Doe iets belangrijks, iets opzienbarend, iets indrukwekkends, dan zul je de liefde verdienen waarnaar je zo verlangt.”[1] (…) De verandering waarover ik het heb, is dat het leven niet langer een vermoeide opgave is om te bewijzen dat je er mag zijn, maar een hartelijke instemming met de waarheid dat wij Gods geliefden zijn. Anders gezegd, het leven is de kans die God ons geeft om te worden wie we zijn. We mogen onze ware geestelijke aard naar voren laten komen. We mogen de waarheid omtrent onszelf indrinken en laten doorwerken in heel ons bestaan. We mogen bovenal ‘ja’ zeggen tegen Degene die ons zijn Geliefde noemt.[2]

 

 


[1] Henri Nouwen, “‘Een parel in Gods ogen; gedachten over de betekenis van een mensenleven’, Lannoo NV, Tielt, 1994, ISBN 9020921614, 3de druk, 116 p., p. 23

[2] Idem, p. 102

 

© Dineke van Kooten - Kopiëren toegestaan bij vermelding van de bron

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

 Copyright © 2019 Dineke van Kooten (www.dinekevankooten.nl) Dit is een Heinosoft website